|
|
- De oorsprong van het leven
De oorsprong van het leven is en blijft speculatie. Wetenschappers
hebben bepaald dat het leven hier op aarde ergens tussen de 3
en 4 miljard jaar geleden moet zijn onstaan.Het meest voor de
hand liggend is dat het leven is begonnen als een simpel zelf reproducerend molecuul dat door evolutie sterk in complexiteit is toegenomen.
Sommigen beweren dat het eerste leven vanuit de ruimte gekomen
is, maar daarmee verplaats je het probleem alleen maar. Waar en
hoe is dat leven uit de ruimte dan ontstaan? Gemakshalve bespreek
ik hoe het leven op aarde kan zijn onstaan. Als het in de ruimte
is ontstaan zal het ongeveer hetzelfde zijn gegaan.
De omstandigheden op aarde waren 3,5 miljard jaar geleden heel
anders dan nu. Als er nu ergens een overshot aan energie of bouwstoffen
is, dan evolueert er razendsnel een levensvorm om die energie
of bouwstoffen te gebruiken. Toen was er nog geen leven, dus allerlei
stoffen die op natuurlijke, anorganische wijze ontstonden hoopten
zich op. Zo zat de zee vol organische moleculen die bij toeval
onstonden. Modderpoelen bevatten de meest uiteenlopende chemische
samenstellingen. Hoe stabieler de moleculen, hoe langer ze bleven
bestaan. De atmosfeer bevatte koolstofdioxide, stikstof en methaan.
Vije zuurstof was er nog niet. De zuurstof zat gebonden in verscheidene
oxiden. Derhalve was er geen ozonlaag en kon de straling van de
zon een zeer sterke invloed uitoefenen op de chemische processen
op het aard opppervlak. In ons jonge zonnestelsel zwierven nog
miljarden meteorieten rond, die bij inslag op aarde, de nodige
exotische moleculen toevoegden aan de aardse soep.
Als je zoveel willekeurige moleculen hebt die op zo veel verschillende
manieren met elkaar in contact komen en reageren, dan is de kans
groot dat er ergens een millieu onstaat die een zelf reroducerend
molecuul mogelijk maakt. Waarschijnlijk onstond er een RNA achtig molecuul, die de basen die als bouwstoffen dienden direct uit zijn omgeving
kon halen. Dit molecuul kon dus alleen bestaan in een heel specifieke
omgeving. Waarschijnlijk zijn er duizenden omgevingen geweest
op aarde waar een dergelijk molecuul ontstond. Door verandering
in omgevingsfactoren verdwenen deze moleculen zo snel als ze ontstaan
waren.
Door fouten in reproductie waren die zelfreproducerende moleculen
onderhevig aan evolutie. Een bepaald percentage van de gereproduceerde moleculen zal
anders zijn als zijn voorouder. Dit heeft tot gevolg dat veranderende
omgevingsfactoren minder gauw een zelfreproductieproces zal stoppen,
omdat er de kans bestaat dat er een mutant is die in die nieuwe omstandigheden prima functioneerd. Evolutie zorgt er op die manier voor dat de complexiteit van het molecuul
toe neemt.
Over miljarden jaren is het enkele molecuul veranderd in een symbiose
van verschillende moleculen die samen reproduceerden. Een van die moleculen is de lipide. De lipiden klonterden spontaan
samen tot een celwand, zodat de andere moleculen daarbinnen hun
eigen optimale millieu mee konden nemen. Zo onstonden de eerste
cellen en werd het leven steeds minder afhankelijk van de omgeving.
De cellen gingen symbiotische verhoudingen aan met andere levensvormen,
zoals mitochondria en de cellen werden complexer. Sommige cellen
ontwikkelden een celkern. Sommigen bladgroen. Sommige cellen gingen
in groepjes aan elkaar geplakt samenwerken. Ongeveer 800 miljoen
jaar geleden begonnen de eerste cellen met differentiatie in taakverdeling.
Niet iedere cel moest nog alles kunnen, maar iedere cel in een
groep had zijn eigen taak. Zo ontstonden de meercelligen.
Die meercelligen zijn geëvolueert tot de verscheidenheid aan soorten
die we nu op aarde zien. Het meerendeel van de verscheidenheid
aan levensvormen moeten we echter nog ontdekken. De ééncelligen
hebben ruim 2 miljard jaar voorsprong qua evolutie en hebben een
veel grotere verscheidenheid dan de meercelligen. Iedere druppel
zeewater bevat honderduizend verschillende onbekende levensvormen.
Iedere lepel grond hetzelfde aantal.
Lees ook de hoofdstukken definitie van leven en evolutie
|
|